Overslaan naar inhoud

▸ DE REGELING UITGELEGD

Wat is de Verhoogde Thematische Aftrek?

Een federale belastingaftrek van 30 tot 40 % op investeringen in efficiënt energieverbruik en hernieuwbare energie. Sinds 1 januari 2025 — beoordeeld door VEKA, toegepast door de FOD Financiën.

Van VIAF naar VTA

"VIAF" — de verhoogde investeringsaftrek — is wat accountants en ondernemers al jaren kennen als "de 40%-aftrek voor energiebesparende investeringen". Sinds 1 januari 2025 heet de regeling officieel "verhoogde thematische aftrek", afgekort VTA. De inhoud is grotendeels behouden, maar er zijn een aantal belangrijke aanpassingen: een nieuwe lijst van in aanmerking komende investeringen, strengere rendabiliteitsdrempels, en een nieuwe webtoepassing voor de aanvragen.

In deze tekst gebruiken we de officiële term VTA, met verwijzing naar VIAF waar de oude naam nog nuttig is voor herkenning.

Voor wie geldt de VTA?

De VTA staat open voor:

  • Natuurlijke personen met bedrijfsinkomsten (eenmanszaken, vrije beroepen).
  • Vennootschappen onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting — alle groottes, van eenmans-BV's tot grote ondernemingen.
  • VZW's die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting.

Wie expliciet uitgesloten is:

  • Ondernemingen in moeilijkheden (in juridische zin — herstructurering, faillissement, …).
  • Ondernemingen met een openstaand terugvorderingsbevel voor onrechtmatige staatssteun.
  • Investeringen die deels of volledig privaat gebruikt worden. Gebruikt u het actief niet uitsluitend beroepsmatig, dan beoordeelt de FOD Financiën of en voor welk deel de aftrek geldt. Bespreek dit vooraf met uw accountant.

De maatregel is federaal (artikel 69/1 WIB92) maar wordt voor de energielijst inhoudelijk beoordeeld door het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA), dat enkel aanvragen behandelt waarbij de investeringslocatie in het Vlaams Gewest ligt. Voor investeringen in Wallonië of Brussel gelden eigen procedures bij de regionale energie-instanties.

Hoe groot is het voordeel?

De VTA is een percentage van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de investering: 40 % voor kleine ondernemingen en zelfstandigen; voor andere ondernemingen 30 % voor investeringen in 2025 en 40 % vanaf 2026. Dat percentage wordt afgetrokken van uw belastbare winst, niet van de belasting zelf. Het feitelijke voordeel hangt dus af van uw belastingtarief: standaard 25 %; voor een kleine vennootschap kan onder voorwaarden het verlaagd tarief van 20 % op de eerste € 100.000 winst gelden.

Voorbeeld

Een onderneming investeert €40.000 in een batterijopslagsysteem in 2026.

Investering€40.000
VTA-aftrek (40%)€16.000
Vermindering belastbare winst€16.000
Belastingvoordeel (25%)€4.000

Het feitelijke cashvoordeel — een lagere vennootschapsbelasting van €4.000 — is dus 10 % van het investeringsbedrag (geldt het verlaagd tarief van 20 %, dan is dat €3.200). Het komt bovenop de gewone fiscale afschrijving van het materieel. Is de winst van dat jaar kleiner dan de aftrek, dan schuift het saldo onbeperkt door naar de volgende jaren.

Actueel: overgangsregeling tot 31 december 2026

  • Investering in 2025 of 2026? De aanvraag bij VEKA moet binnen twaalf maanden na het einde van het boekjaar ingediend worden, met 31 december 2026 als uiterste datum (nooit minder dan drie maanden na het boekjaareinde). Boekjaar = kalenderjaar 2025: uiterlijk 31 december 2026.
  • Dien in vóór de aangifte. De aangifte mag zonder attest, maar dan moet de onderneming de energiestudie en het bewijs van de VEKA-aanvraag kunnen voorleggen (koninklijk besluit van 16 juni 2026).
  • Investering vanaf 2027? Dan vraagt VEKA een energiestudie die dateert van vóór de eerste factuur. Laat de studie opmaken vóór de bestelling.

Meer uitleg in onze FAQ →

Wat staat vast voor investeringen in 2025, 2026 en 2027?

De verhoogde thematische aftrek zelf blijft bestaan, ook na 2026. Wat verschilt per jaar, zijn het percentage en de regels voor aanvraag en aangifte:

Investering inAftrekAanvraag bij VEKA (boekjaar = kalenderjaar)Aangifte zonder attestEnergiestudieNog onzeker
202540 % voor kleine ondernemingen en zelfstandigen; 30 % voor andere ondernemingen*uiterlijk 31 december 2026ja, mits bewijs van de VEKA-aanvraagmag na de investeringhet wetsvoorstel om 30 % naar 40 % te brengen*
202640 % voor alle ondernemingenuiterlijk 31 maart 2027ja, mits bewijs van de VEKA-aanvraagmag na de investering—
vanaf 202740 % voor alle ondernemingenbinnen drie maanden na het einde van het boekjaarnee: attest bij de aangiftevóór de eerste factuurof er nog versoepelingen komen (niets beslist)

* Voor investeringen in 2025 door andere dan kleine ondernemingen is een wetsvoorstel in de maak om de aftrek met terugwerkende kracht van 30 % naar 40 % te brengen. Het is nog niet gestemd; reken voorlopig met 30 %.

De termijnen gelden bij een boekjaar dat samenvalt met het kalenderjaar. Bij een ander boekjaar: twaalf maanden na het boekjaareinde, met 31 december 2026 als uiterste datum, maar nooit minder dan drie maanden na het boekjaareinde. Investeringen vanaf 2027 vallen buiten de overgangsregeling, tenzij het samenwerkingsakkoord of een nieuw besluit daar nog iets aan verandert.

Welke investeringen komen in aanmerking?

De VTA voor energie hanteert een limitatieve lijst van negen categorieën, vastgelegd in Bijlage II van het KB/WIB92 (B.S. 31.12.2024). De lijst dekt het hele spectrum van energiebesparing en hernieuwbare energie — van dakisolatie tot industriële procesinstallaties.

Onze huidige focus ligt op de categorieën waarvoor onze rekenmodellen en ingenieursexpertise het sterkste staan:

CatNaamWatStavingsdocumentBij ons
1Isolatie bestaande gebouwendak-/muur-/vloerisolatie; ramen, deuren, hoogrendementsbeglazingtechnische beschrijving🟡 binnenkort
2Isolatie apparaten en leidingenthermische isolatie van vloeistofbaden, kanalen, ovensenergiestudieop aanvraag
3Ventilatieverlies-reductietochtsluizen, snelrolpoortenenergiestudieop aanvraag
4Warmte/koude recuperatiewarmtewisselaars op bestaande processenenergiestudieop aanvraag
5Expansie-energieturbo-expanders, ORC-installatiesenergiestudieop aanvraag
6Aanpassing/vervanging van bestaande apparatuur, installaties en industriële processeno.a. verouderde HVAC vervangen door warmtepomp, hoog-rendementsketel, geothermieenergiestudie🟡 binnenkort
7Elektrificatie fossiele processen — geen leeftijdsgrens op de te vervangen installatieindustriële droogovens, smeltovens, branders die over gaan van gas naar elektriciteitenergiestudie🟡 binnenkort
8Tijdelijke opslag (BESS)batterij-energieopslagenergiestudie✅ actief
9Productie hernieuwbare energiePV, wind, biomassa, hernieuwbare waterstoftechnische beschrijving✅ actief

Categorie 7 is het opmerken waard: voor de elektrificatie van bestaande processen op fossiele brandstoffen heeft de wetgever bewust geen ouderdomsvereiste op de te vervangen installatie ingebouwd. Industriële kmo's die hun gas- of stookoliegestookte processen vervangen door elektrische varianten, vallen meteen onder de regeling — ook bij relatief jonge bestaande installaties. Dit is een kans die we graag samen met u bekijken.

Heeft u een investering in een nog-niet-actieve categorie? Laat het ons weten. We bekijken op basis van uw situatie of we het dossier vandaag al kunnen ondernemen of dat we u in contact brengen met een collega-bureau. Uw signaal helpt ons ook de prioriteit van toekomstige uitbreidingen bepalen.

Welke voorwaarden?

Wat betekent dit voor u? Een investering die te snel rendabel is, valt buiten de VTA — de regeling is bedoeld voor investeringen die zonder belastingsteun moeilijker haalbaar zijn. Twee economische tests bepalen of uw investering in aanmerking komt:

  • Terugverdientermijn (TVT) van minstens 3 jaar. Geldt voor alle ondernemingen. Een investering die zichzelf binnen 3 jaar terugverdient, wordt geacht ook zonder de aftrek rendabel genoeg te zijn — dan is overheidsondersteuning niet nodig.
  • Interne rentevoet (IRR) van maximum 13% na belastingen. Geldt voor middelgrote en grote ondernemingen. Voor kleine vennootschappen (≤50 personeel én ≤€11,25M omzet én ≤€6M balans, met max één criterium overschreden) is deze toets niet van toepassing. De IRR-toets geldt niet voor eenmanszaken en vrije beroepen.

De berekening gebeurt met het verplichte VEKA-sjabloon — geen alternatieve spreadsheets worden aanvaard. Gebruik altijd de versie die op de VEKA-pagina staat (sinds 21 augustus 2026: versie 3.0). Het sjabloon rekent zelf de aftrek (30 of 40 %, volgens investeringsjaar en grootte van de onderneming) en de belastingen in, zodat het resultaat de gerealiseerde rendabiliteit toont.

De IRR ≤ 13%-drempel hierboven is specifiek voor de VTA. Dezelfde drempel duikt elders in het Vlaamse energierecht ook op, maar met andere betekenis — bijvoorbeeld als uitvoeringsplicht-trigger voor VEKA-energieplannen, of als percentage-glijdende-schaal voor gewestelijke investeringssteun na een energieaudit. Verwar deze niet met onze VTA-voorwaarde.

Bijkomende voorwaarden — gelden voor alle aanvragers, ongeacht de grootte van de onderneming:

  • Investering ≥ €1.000 (drempelbedrag).
  • Volledig bedrijfsmatig gebruik. Gebruikt u het actief niet uitsluitend beroepsmatig, dan beoordeelt de FOD Financiën of en voor welk deel de aftrek geldt. Bespreek dit vooraf met uw accountant. Dat speelt vooral bij eenmanszaken en vrije beroepen.
  • Voldoet aan het DNSH-principe (Do No Significant Harm — geen aantasting van het milieu of klimaatdoelen).
  • Vaste activa worden afgeschreven over minstens drie belastbare tijdperken.

DNSH: wij onderbouwen het in elk dossier

Wat betekent dit voor u? Bij indiening klikt u een erewoordverklaring aan in de VEKA-webtoepassing — dat klinkt eenvoudig. VEKA kan het attest achteraf echter aanvechten als zij twijfelen aan de ecologische integriteit van uw project. Wij zorgen dat u dan een onderbouwd antwoord klaar heeft.

Het DNSH-principe ("Do No Significant Harm", art. 17 EU Verordening 2020/852) vereist dat uw investering geen significante schade toebrengt aan zes Europese milieudoelstellingen: klimaatverandering tegengaan en aanpassing eraan, water en mariene hulpbronnen, circulaire economie, preventie van vervuiling, en biodiversiteit.

Het risico zit vooral bij industriële batterij-installaties (kritieke grondstoffen, verwerking aan het einde van de levensduur) en grote PV-installaties in gevoelige zones.

Daarom nemen wij in elke geleverde studie een afzonderlijk hoofdstuk over DNSH op waarin we de zes milieudoelstellingen per project onderbouwd aftoetsen. Concrete elementen die we standaard documenteren:

  • De Europese Battery Regulation 2023/1542 en de regeling voor terugname en recyclage van uw batterijleverancier (Cat 8).
  • Het Recupel- en PV-CYCLE-traject voor recyclage van PV-modules aan einde levensduur (Cat 9).
  • Brand- en thermische beveiliging conform NBN-normen voor batterij-installaties.
  • Bodemgebruik en biodiversiteit — voor dak-installaties: argumentatie dat er geen impact op natuurlijke habitats is. Voor vrijeveld-PV: biodiversiteits-vriendelijke onderhoudsstrategie.

Het resultaat: bij een eventuele latere DNSH-controle door VEKA of een fiscale audit, beschikken u en uw accountant over een verdedigbaar antwoord. Dat is werk dat een rekenmodel of administratieve invuldienst niet levert, en het zit standaard inbegrepen in onze prijs.

Wat is een energiestudie, en wie schrijft ze?

Voor de meeste categorieën — waaronder categorie 8 voor batterijen — moet bij de aanvraag een energiestudie worden ingediend. Categorie 9 (productie van hernieuwbare energie) vraagt in de plaats een technische beschrijving. Inhoudelijk gelden dezelfde vereisten als voor een energiestudie: een toelichting bij de technische kenmerken van de installatie en een verantwoording van de cijfers in het TVT/IRR-sjabloon. Het verschil zit in vorm en omvang, niet in grondigheid.

Een energiestudie bevat acht verplichte onderdelen:

  1. Een processchema vóór en na de investering.
  2. Een technische beschrijving van de investering.
  3. Energieverbruiken vóór en na de investering, met aannames en formules.
  4. Gebruikte energieprijzen.
  5. Kosten en baten op jaarbasis.
  6. Berekening van de netto besparing.
  7. Verklaring op eer.
  8. Ondertekening door een persoon met voldoende technische kennis — de "erkende energiedeskundige".

Belangrijk: er is geen formeel erkenningsregister voor energiedeskundigen voor de VTA. VEKA aanvaardt de auteur per dossier op basis van de kwaliteit van de studie. Dat is precies waarom wij Fringloos hebben opgericht — om met onze ingenieursexpertise studies te schrijven die de VEKA-toets halen.

Een studie mag maximaal 4 jaar oud zijn op het moment van de aanvraag.

Wanneer komt mijn investering niet in aanmerking?

Eerlijk zijn vooraf bespaart iedereen werk. De drie meest voorkomende oorzaken van niet-ontvankelijkheid:

  1. De investering is te rendabel. Voor middelgrote en grote ondernemingen geldt de IRR≤13%-grens. Een zonne-installatie op een goed zuid-dak met hoog eigenverbruik haalt vaak 15-20% IRR — die valt buiten de regeling. Voor kleine vennootschappen is deze toets niet van toepassing.
  2. De investering verdient zich te snel terug. Een TVT van minder dan 3 jaar betekent dat de investering niet in aanmerking komt — voor alle ondernemingen.
  3. De installatie is te jong (bij vervanging). Voor sommige categorieën moet de te vervangen installatie een minimale ouderdom hebben (bv. meer dan 10 jaar in gebruik bij vervanging van een klimatisatie-installatie, Cat 6).

In zo'n geval maken wij geen energiestudie op. Waar het nuttig is, bieden we een alternatievennota aan: een korte analyse die uitlegt waarom uw dossier niet in aanmerking komt. Voor eenmanszaken en kleine vennootschappen verwijst de nota waar mogelijk naar de basis-investeringsaftrek van 10 %. Voor middelgrote en grote ondernemingen noemen de officiële bronnen voor een PV- of batterij-investering geen andere investeringsaftrek; de nota zegt dat dan ook zo. Tarief: €650.

Doordat wij de TVT en IRR vooraf berekenen voor we het dossier opstellen, ontdekt u dit niet pas wanneer VEKA het attest weigert — u weet het binnen enkele dagen na intake.

Welke factuurbedragen tellen mee in de berekening?

Een veelgemaakte aanname is dat het volledige factuurbedrag van uw installateur in aanmerking komt voor de VTA. In de praktijk aanvaardt VEKA alleen de onderdelen van de factuur die wettelijk meetellen voor de VTA. Wij voeren die zuivering vooraf uit en tonen in elk dossier een bijlage met factuuranalyse waarin per factuurlijn wordt gemotiveerd wat wel en niet werd meegeteld.

De meest voorkomende uitsluitingen die u in uw eigen calculatie best vooraf wegfiltert:

ComponentStatusReden
Aftrekbare btw❌ Niet in aanmerkingAftrekbare btw recupereert u via uw btw-aangifte; de VTA-bedragen zijn exclusief aftrekbare btw. Of niet-aftrekbare btw meetelt (bv. bij een vzw of een btw-vrijgesteld vrij beroep), beoordeelt de FOD Financiën, niet VEKA.
Financieringskosten en interesten❌ Niet in aanmerkingGeen onderdeel van de aanschaffingswaarde. Apart fiscaal verwerkt via interestaftrek.
Onderhoudscontracten en verzekeringspremies❌ Niet in aanmerkingOperationele kosten, niet investeringswaarde. Doorgaans als Opex geboekt.
Netaansluitingskosten buiten uw bedrijfsterrein (kabels in publiek domein, transformator op straat, netverzwaring downstream van uw aansluitpunt)❌ Niet in aanmerkingDe VTA dekt enkel investeringen op uw eigen terrein. Een Fluvius-netverzwaringsfactuur moet worden gesplitst tussen het on-site en off-site gedeelte.
Laadpalen voor elektrische voertuigen❌ Niet onder VEKA-attestLaadpalen staan niet meer op de energielijst maar op de "Lijst koolstofemissievrij vervoer" (groep 4, laadinfrastructuur). FOD Mobiliteit en Vervoer reikt sinds 1 april 2026 attesten uit voor die lijst, maar nog niet voor laadinfrastructuur (stand oktober 2026, volgens VLAIO). Niet via VEKA, en niet in onze studie.
Algemene dakvernieuwing onder een PV-installatie❌ Doorgaans niet in aanmerkingEnkel als de installateur bevestigt dat de bestaande dakbedekking onvoldoende draagkracht had voor de PV en vervanging functioneel noodzakelijk was. Anders wordt dakvernieuwing als algemene gebouwrenovatie beschouwd.
Cosmetische afwerking (schilderwerk, branding, esthetische bekleding, sierafwerking)❌ Niet in aanmerkingGeen energiefunctie.
Sloop, afbraak, transport- en stortkosten (relevant bij toekomstige Cat 1 isolatie-dossiers)❌ Niet in aanmerkingEnkel het isolatiemateriaal en de plaatsingskosten tellen mee.
Eigen arbeidsuren (zelfbouw, inzet eigen personeel)❌ Niet in aanmerkingEnkel externe facturen tellen mee, niet de geraamde waarde van eigen arbeid.

Wat doen wij met deze regels? Bij intake vragen wij naar gedetailleerde offertes en facturen — niet een totaalbedrag. Wij splitsen waar nodig de Fluvius-netverzwaring tussen on-site en off-site, herkennen laadpalen die in een combi-offerte schuilgaan, en motiveren elke uitsluiting in de bijlage met factuuranalyse van uw dossier. Die bijlage is voor VEKA én voor uw accountant transparant leesbaar.

De volledige interne lijst van uitsluitingen die wij toepassen is uitgebreider — bovenstaande tabel toont de gevallen die we het vaakst tegenkomen bij kmo's met batterij- en zonne-energieprojecten.

Hoe vraag ik de VTA aan?

De aanvraag gebeurt online via de VEKA-webtoepassing op apps.energiesparen.be/thematische-aftrek-aanvragen. U geeft de ondernemingsgegevens op, kiest de categorie, laadt de stavingsdocumenten op (energiestudie of technische beschrijving + ingevuld TVT/IRR-sjabloon + facturen), en ondertekent een verklaring op eer.

VEKA evalueert de aanvraag inhoudelijk en stuurt het attest naar de aanvragende onderneming én rechtstreeks naar de belastingdienst. De ondernemer past de aftrek dan toe in zijn aangifte vennootschapsbelasting.

Aandachtspunten in deze overgangsfase:

  • VEKA kan nog geen attesten afleveren. Aanvragen worden wel al aanvaard. Het samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en de gewesten is ondertekend, maar nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad; een datum voor de eerste attesten is er nog niet.
  • De indieningstermijn. Voor investeringen uit 2025 en 2026 geldt de overgangsregeling (art. 49 §7 KB/WIB 92, verlengd door het koninklijk besluit van 16 juni 2026): twaalf maanden na het einde van het boekjaar, met 31 december 2026 als uiterste datum, maar nooit minder dan drie maanden na het boekjaareinde. Boekjaar = kalenderjaar 2025: uiterlijk 31 december 2026. Wij rekenen de juiste datum per dossier door.
  • Dien in vóór de aangifte. De aangifte mag zonder attest gebeuren, maar dan moet de onderneming de energiestudie en het bewijs van de VEKA-aanvraag kunnen voorleggen. Dien dus eerst in bij VEKA en bewaar de bevestiging; na 31 december 2026 is een attest of het bewijs van de aanvraag vereist, op straffe van verval, tenzij de aanvraagtermijn dan nog loopt (bv. investering in 2026, boekjaar = kalenderjaar: tot 31 maart 2027).
  • Investeringen vanaf 2027: buiten de overgangsregeling vraagt VEKA een energiestudie die dateert van vóór de eerste factuur. Laat de studie dus opmaken vóór u bestelt.
  • Wat telt is de datum van definitieve indiening in de VEKA-webapplicatie — een draft of e-mail aan VEKA redt geen deadline.

Wij leveren u het volledige dossier; het indienen via de webtoepassing doet u zelf (of laat u uw accountant doen). Voor eventuele bijkomende vragen van VEKA blijven wij uw aanspreekpunt.

Komt uw investering in aanmerking? Wij berekenen het.

Stuur ons de basisgegevens van uw investering — wij sturen u binnen één werkdag een inschatting terug. Geen verplichting, geen kost vooraf.

Vraag een inschatting aan

Bekijk de tarieven →